Bereikbaarheid

Infrastructuur verduurzamen, verbeteren en in stand houden

Provinciale rol

De provincie heeft de wettelijke zorgplicht voor de kapitaalgoederen. Hiertoe wordt vast en variabel onderhoud uitgevoerd. Verder ontwikkelt en verbetert de provincie waar nodig de infrastructuur om de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid te behouden dan wel te bevorderen.

Beleidsdoel

(Bedragen x € 1.000/ Min is voordelig)

Infrastructuur verduurzamen, verbeteren en in stand houden

2025 Rekening

2026    t/m TBW

2027 Begroting

2028 Raming

2029 Raming

2030 Raming

Totaal lasten

116.893

N

142.964

N

139.667

N

144.152

N

157.697

N

147.048

N

Totaal baten

-4.702

V

-5.921

V

-4.403

V

-2.470

V

-7.075

V

-17.025

V

Saldo van baten en lasten

112.191

N

137.043

N

135.264

N

141.682

N

150.622

N

130.023

N

Stortingen

4.4

Reserve Dekking Kapitaallasten OV-infras

-819

V

0

V

0

V

0

V

0

V

0

V

4.4

Reserve Dekking Kapitaallasten Weginfras

5.172

N

193

N

0

V

0

V

0

V

0

V

4.4

Reserve Groot Onderhoud vaarwegen

7.154

N

7.340

N

7.190

N

7.190

N

7.272

N

6.577

N

4.4

Reserve Groot onderhoud wegen

20.074

N

23.690

N

34.751

N

38.684

N

47.292

N

36.076

N

4.4

Reserve Innovatieprojecten Mobiliteit

0

V

1.594

N

0

V

0

V

0

V

0

V

4.4

Reserve Kapitaallasten innovatieprojecten

7

N

9

N

0

V

0

V

0

V

0

V

4.4

Reserve Ontwikkeling prov infrastructuur

1.200

N

5.025

N

0

V

0

V

0

V

0

V

Onttrekkingen

4.4

Reserve Dekking Kapitaallasten Weginfras

-589

V

-5.648

V

-637

V

-676

V

-676

V

-676

V

4.4

Reserve Dekking Kapitaallasten OV-infras

-68

V

-1.597

V

-1.680

V

-1.680

V

-1.680

V

-1.680

V

4.4

Reserve Ontwikkeling prov infrastructuur

-72.445

V

-37.526

V

0

V

0

V

0

V

0

V

4.4

Reserve Groot onderhoud wegen

-27.145

V

-35.089

V

-35.514

V

-37.914

V

-42.385

V

-15.264

V

4.4

Reserve Groot Onderhoud vaarwegen

-6.216

V

-5.769

V

-3.950

V

-7.950

V

-14.950

V

-2.950

V

4.4

Reserve Innovatieprojecten Mobiliteit

-1.498

V

-338

V

-2.177

V

-2.107

V

-2.000

V

-2.500

V

4.4

Reserve Kapitaallasten innovatieprojecten

-674

V

-672

V

-673

V

-673

V

-390

V

-390

V

Resultaat

36.344

N

88.254

N

132.574

N

136.556

N

143.106

N

149.216

N

Het structurele budget binnen dit beleidsdoel besteedt de provincie voornamelijk aan het groot onderhoud van wegen en vaarwegen, de gebiedscontracten, dynamisch verkeersmanagement en aan de stortingen in en onttrekkingen aan de reserves voor groot onderhoud en kapitaallasten.
Lasten
De lasten dalen in 2027 met circa € 19,0 miljoen ten opzichte van 2026. In 2026 stonden hoge bedragen geraamd voor werken door derden en grote infrastructuurprojecten waarvan een belangrijk deel pas later — vooral in 2030 — tot uitvoering komt; de ramingen voor 2027 zijn aangepast aan wat dat jaar daadwerkelijk wordt uitgevoerd. In de Kaderbrief 2027 is € 3,6 miljoen aanvullende dekking beschikbaar gesteld voor het project A9 Aansluiting Heiloo; de totale provinciale bijdrage komt daarmee op bijna € 20 miljoen.
Ook in 2028 en 2029 blijven de lasten lager dan in 2026. De lagere ramingen voor werken door derden en grote projecten werken in die jaren door. Daarnaast wordt de structurele onderbesteding op het exploitatiebudget voor beheer en onderhoud niet langer in de exploitatie verwerkt, maar in de reserve Groot Onderhoud gestort (zie Stortingen). De geactualiseerde afschrijvingslasten leveren in 2027 een voordeel op van circa € 2,2 miljoen. Dat zien we ook in latere jaren terug.
In 2030 lopen de lasten op met circa € 16,2 miljoen ten opzichte van 2029. Het zwaartepunt van een aantal grote infrastructuurprojecten en van het variabel wegonderhoud (onder de nieuwe tussencontracten gebied 2, 3 en 7) ligt in dat jaar. Kortom, er is geen sprake van meer projecten, maar van een concentratie van eerder geplande werkzaamheden in 2030.
Baten
De baten dalen in 2027 met circa € 1,5 miljoen ten opzichte van 2026, door minder bijdragen van gemeenten voor werken door derden. In 2029 en vooral 2030 lopen de baten weer op, aansluitend bij de uitvoering van die werken.
Stortingen
De storting in de reserve Groot Onderhoud wegen wordt in 2027 verhoogd met circa € 11,1 miljoen. Achtergrond is dat de huidige gebiedscontracten aflopen en worden vervangen door tussencontracten voor gebied 2, 3 en 7. De kosten daarvan vallen beduidend hoger uit door een krappere markt en een uitgebreider variabel onderhoud. Omdat het zwaartepunt van de uitgaven onder deze contracten in 2030 ligt, wordt in 2027–2029 binnen de bestaande financiële kaders ruimte gevonden en in de reserve gestort. Zo zorgen we ervoor dat de financiering op het moment van uitvoering beschikbaar is. De storting wordt gedekt uit de aframing van de stelpost ‘Vervangingen’ en uit onderbesteding op het B&U-exploitatiebudget voor beheer en onderhoud, in lijn met het structurele patroon van voorgaande jaren. Het betreft geen vrije ruimte en geen nieuwe projecten, maar een meerjarige financieringsopbouw binnen de bestaande kaders.
Onttrekkingen en vrijval
De totale onttrekkingen aan en vrijval uit de reserves nemen in 2027 met circa € 57,6 miljoen af ten opzichte van 2026. Deze afname wordt voornamelijk veroorzaakt door twee incidentele effecten in 2026. Ten eerste vond in dat jaar een vrijval plaats van circa € 38,8 miljoen uit de reserve Ontwikkeling Provinciale Infrastructuur. Daarnaast werd in 2026 incidenteel meer onttrokken aan de reserve Groot Onderhoud Wegen ter dekking van hogere onderhoudsuitgaven.
Een aandachtspunt betreft de reserve Ontwikkeling Provinciale Infrastructuur. Op basis van de huidige meerjarige prognose komt de stand van deze reserve ultimo 2030 uit op circa € 1,3 miljoen negatief. Bij de verdere uitwerking van de begroting en het meerjarenperspectief wordt bezien op welke wijze dit financieel wordt verwerkt en opgelost.

1. De provincie vervangt en verbetert de provinciale infrastructuur en breidt deze uit. We lossen verkeersveiligheidsknelpunten op en verbeteren openbaarvervoerhaltes. Dit binnen de opgestelde beleidskaders en kwaliteitseisen die zijn vastgelegd in de ‘Nota Infrastructurele Kapitaalgoederen (NIKG) 2024–2027’ en de investeringsstrategie voor de Noord-Hollandse infrastructuur (iNHi) 2024–2028 .
2. De provincie onderhoudt en beheert de provinciale infrastructuur op basis van een afweging (kosten, prestaties en risico's). Wij zijn daarbij een goede samenwerkingspartner die efficiënt omgaat met maatschappelijk geld.
3. We committeren ons aan het landelijke klimaatakkoord en de gemaakte afspraken voor het tegengaan van klimaatverandering. Gedurende de levenscyclus van onze assets bouwen we klimaatadaptief, dragen we bij aan het verminderen van CO2-uitstoot en het beperken van hinder, zoals stank- en geluidsoverlast.
4. De provincie werkt aan een efficiënter gebruik van het wegennet door innovatieprojecten, waaronder smart mobility-toepassingen in samenwerking met partners. Dit naast de lopende maatregelen, zoals incidentmanagement, verkeersmanagement en het optimaal bedienen van de (vaar)wegen.
5. Door goed beheer en onderhoud van ons areaal dragen we bij aan bereikbaarheid, verkeersveiligheid en een veilige leefomgeving.
6. Als provincie hebben we veiligheid hoog in het vaandel staan. Naast het constant streven naar de optimale veiligheid op onze weg- en vaarwegnetwerk, besteden we ook veel aandacht aan het veilig werken.

De provincie geeft uitvoering aan het ‘integraal Meerjarenprogramma Infrastructuur 2025–2029’ (iMPI). Een actueel overzicht van de infraprojecten in studie-, plan- en realisatiefase staat in het iMPI, dat jaarlijks wordt opgesteld en halverwege de looptijd wordt geactualiseerd. Hieronder valt het uitvoeren van projecten in studie- en realisatiefase. Voor de komende jaren zijn in ieder geval enkele oevertrajecten, kunstwerken en remmingswerken voorzien voor het doorlopen van de studiefase. In 2027 bevinden zich meerdere projecten in de realisatiefase, waaronder diverse kunstwerken, oevertrajecten, HOV-verbindingen en wegreconstructies.    
1.2. De beschikbaarheid van de provinciale infrastructuur hangt ook af van de beschikbaarheid van de infrastructuur van de omliggende wegbeheerders. Hierover voert de provincie dan ook met verschillende partijen gesprekken, met als doel deze beschikbaarheid te optimaliseren en te borgen.
2.1. Bij de uitvoering van projecten hanteert de provincie duurzaamheid en natuurinclusief bouwen als belangrijk criterium. Ook bevorderen we de biodiversiteit langs oevers en in bermen. Bijvoorbeeld door natuurvriendelijk maaibeheer en de aanleg en het beheer van natuurvriendelijke oevers.
2.2. Om de infrastructuur te beheren en in stand te houden, wordt vast en variabel onderhoud uitgevoerd. Dit werk besteden we uit aan aannemerscombinaties. In de periode 2027–2030 wordt geleidelijk overgegaan naar contracten per assetgroep. Hierbij kan nog worden gediversifieerd naar contracten voor vast en voor variabel onderhoud. Het programmeren en plannen van werkzaamheden wordt dan weer binnen de eigen organisatie uitgevoerd.
Een totaaloverzicht van de gebiedscontracten en de lopende variabele onderhoudsprojecten naar nieuwe onderhoudscontracten is opgenomen in het iMPI.
3.1. Om te kunnen voldoen aan de klimaat opgave zullen er projecten worden ingericht die op basis van Industrieel Flexibel en Demontabel (IFD) worden uitgevraagd.  Daarvoor zal de regelgeving worden aangepast en met de markt gekeken worden op welke wijze dit in uitvoering kan worden opgenomen.
3.2. Bij onderhoud en vervanging streven we bij het opdragen van werkzaamheden naar een zo groot mogelijke bijdrage in het behalen van de klimaatdoelstellingen.   
4.1. Voor slimme logistiek stimuleert de provincie goederenvervoer over water door de principes van het ‘metropolitaan hubsysteem’ toe te passen. Met inzet van data maken we de impact ervan zichtbaar.  
4.2. Met een proef wil de provincie het in- en uitstappen in het ov versnellen. Dat doen we met slimme technieken en het verkennen van verdere automatisering voor zowel drukke lijnen als ontsluitingsgebieden.  
4.3. De provincie stimuleert actieve mobiliteit en het eenvoudig overstappen op andere vervoersvormen door uitwerking te geven aan de hubstrategie. Dat doen we door het voorzieningenniveau van hubs aan te passen, gebruikersonderzoek te doen en samen met gemeenten pilots uit te voeren.
4.4. De provincie stimuleert duurzaam reizen door bij wegwerkzaamheden en bij evenementen maatregelen uit de toolbox ‘Smart Mobility in te zetten. We geven hier bekendheid aan, met als doel dat er gebruik wordt gemaakt van deze maatregelen.
4.5. In samenwerking met marktpartijen en wegbeheerders gebruikt de provincie data uit voertuigen om de verkeersveiligheid te verhogen.
4.6. De provincie toetst de toekomstvastheid van mobiliteitsontwikkelingen op basis van omgevingsscenario’s.
In omgeving scenario's zal met samenwerkende partijen gekekenn worden op welke wijze de toekomstvastheid kan worden vormgegeven. Hiervoor zal er overleg gevoerd worden om te komen tot langjarige oplossingen.  
4.7. Met deelname aan het Nationale Groeifonds-project TBL (‘Toekomstbestendige Leefomgeving’) stimuleert de provincie innovaties op het gebied van standaardisatie, levensduurverlenging en datagedreven werken. We passen deze innovaties toe binnen verschillende projecten.
5.1. Het vast en variabel onderhoud is belegd bij gebiedscontractanten via Gebiedscontracten.  
5.2. Onderhoudsaspecten die moeilijk passen in een gebiedscontract zijn omwille van efficiency centraal belegd. Denk aan de centrale brugbediening, dynamisch verkeersmanagement en gladheidscoördinatie.
5.3. In 2027 gaat de provincie verder met het aanbestedingstraject voor de nieuwe onderhoudscontracten die de huidige gebiedscontracten gaan vervangen. Voor de nieuwe onderhoudscontracten gaan we bekijken of het variabel onderhoud past binnen de nieuwe contracten.
6.1. Om de veiligheid te verbeteren en veilig werken te stimuleren is gedragsverandering nodig. Om die reden zetten we de Safety Culture Ladder (SCL) in. Ons doel is het behalen van de volgende stap op de veiligheidsladder binnen B&U: trede 3 (SCL3). Dat doen we in een periode van 3 jaar.
Om deze volgende stap te kunnen zetten, zijn trainingen, interne campagnes en begeleiding bij gedrags- en cultuurverandering nodig. Het aanpassen en borgen van de werkwijzen in de organisatie, het versterken van kennis en eigenaarschap binnen teams en de voorbereiding op en uitvoering van de certificeringsaudit zijn trajecten waar wij het komende jaar aandacht aan besteden. Op deze manier wordt niet alleen de invoering van SCL3 mogelijk, maar is er ook aandacht voor een zorgvuldige toetsing en duurzame verankering in de dagelijkse praktijk van B&U.

Deze pagina is gebouwd op 09/01/2026 14:01:21 met de export van 09/01/2026 13:57:45