Provinciale rol
De provincie heeft in de energietransitie meerdere rollen:
- Regisserend en verbindend: de provincie brengt overheden, netbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties samen en ondersteunt de uitvoering van de Regionale Energiestrategieën (RES’en).
- Ruimtelijk kaderstellend: de provincie zorgt voor ruimtelijke inpassing van energie-infrastructuur, duurzame energie-opwek en warmtevoorzieningen via de omgevingsvisie en omgevingsverordening. Bovendien is zij het bevoegd gezag voor grotere windprojecten (15–100 MW) en grondgebonden zonneparken van 50 MW tot 100 MW.
- Versnellend en faciliterend: de provincie ondersteunt gemeenten en partners met kennis, data- en monitoringssystemen, subsidies en programma’s voor onder meer warmtetransitie, energie-opwek en energie-infrastructuur.
- Regionale coördinator energie-infrastructuur: via het ‘provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat’ (pMIEK) werkt de provincie samen met netbeheerders aan oplossingen voor netcongestie en toekomstige energie-infrastructuur. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de samenhang tussen energie-infrastructuur, energie-opwek, -opslag en -gebruik.
Beleidsdoel | (Bedragen x € 1.000/ Min is voordelig) | ||||||||||||
Bijdragen aan de energietransitie | 2025 Rekening | 2026 t/m TBW | 2027 Begroting | 2028 Raming | 2029 Raming | 2030 Raming | |||||||
Totaal lasten | 19.761 | N | 27.374 | N | 23.017 | N | 23.348 | N | 13.921 | N | 13.321 | N | |
Totaal baten | -9.206 | V | -9.858 | V | -8.024 | V | -175 | V | 0 | V | 0 | V | |
Saldo van baten en lasten | 10.555 | N | 17.516 | N | 14.993 | N | 23.173 | N | 13.921 | N | 13.321 | N | |
Stortingen | |||||||||||||
2.1 | Reserve Duurzame elektriciteit | -900 | V | 0 | V | 0 | V | 0 | V | 0 | V | 0 | V |
2.1 | Reserve Energietransitie | 100 | N | 840 | N | 2.000 | N | 0 | V | 0 | V | 0 | V |
2.1 | Reserve Subsidie Warmtetransitie | 0 | V | 2.000 | N | 0 | V | 0 | V | 0 | V | 0 | V |
2.1 | Reserve Warmtetransitie | 702 | N | 1.000 | N | 0 | V | 0 | V | 0 | V | 0 | V |
Onttrekkingen | |||||||||||||
2.1 | Reserve Energietransitie | 451 | N | -946 | V | -2.000 | V | -1.500 | V | 0 | V | 0 | V |
2.1 | Reserve Warmtetransitie | -750 | V | -4.136 | V | -720 | V | -262 | V | 0 | V | 0 | V |
2.1 | Reserve Subsidie Warmtetransitie | -1.577 | V | -2.610 | V | -307 | V | 0 | V | 0 | V | 0 | V |
Resultaat | 8.581 | N | 13.664 | N | 13.966 | N | 21.411 | N | 13.921 | N | 13.321 | N | |
Lasten
- Het grootste deel van dit budget bestaat uit structurele middelen (€ 13,7 miljoen per jaar vanaf 2029). De middelen zetten we grotendeels in voor subsidieregelingen voor verduurzaming op verschillende terreinen, zoals de warmtetransitie.
- De lasten zijn in de jaren 2027 en 2028 hoger dan dit bedrag. Dat komt doordat hier ook uitgaven in zitten vanuit de verschillende SPUK’s (specifieke uitkeringen) die de provincie ontvangt van het Rijk en die in 2027 of 2028 aflopen. Bovendien wordt in 2027 nog € 2 miljoen in de reserve Energietransitie gestort (volgens afspraken uit het coalitieakkoord). Op basis van de Kaderbrief wordt over de periode 2027 tot en met 2030 cumulatief € 4 miljoen beschikbaar gesteld voor het Energiebesparingsakkoord.
- Ook zijn er incidentele uitgaven in 2027 en 2028 voor verduurzaming van het Paviljoen Welgelegen, gedekt vanuit de reserve Energietransitie.
- Het budget wordt in 2027 t/m 2029 verhoogd met € 300.000 per jaar voor uitvoering van motie M81-2026 voor het Ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed, en met € 200.000 per jaar voor uitvoering van motie M83-2026 voor het stimuleren van geothermie in de gebouwde omgeving.
Baten
- De baten die de provincie ontvangt zijn verschillende SPUK’s (specifieke uitkeringen; geld afkomstig van het Rijk) en Decentralisatieuitkeringen (DU’s) vanuit het Rijk.
- De bijdragen van het Rijk die zeker zijn, zijn in deze begroting opgenomen. In toekomstige begrotingen worden de baten (en daaraan gekoppelde lasten) opgenomen zodra deze bijdragen van het Rijk zijn opgenomen in de provinciecirculaire of als een SPUK wordt toegekend (specifieke uitkeringen; geld afkomstig van het Rijk).
- Minder uitstoot van broeikasgassen en een duurzaam energiesysteem vormen de kern van de klimaatopgave voor Noord-Holland. De provincie werkt daarom aan een forse verlaging van de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) en aan een energiesysteem dat klaar is voor de toekomst.
- De provincie zet in op een reductie van broeikasgassen van 55 procent ten opzichte van 1990. Tegelijk bouwt de provincie samen met haar partners aan een robuust en flexibel energiesysteem, waarin elektriciteit, warmte, waterstof, groen gas en andere duurzame energiebronnen elkaar aanvullen. Dit systeem ontwikkelt zich steeds meer richting een decentraal energiesysteem, waarin energie dichter bij de plek van gebruik wordt opgewekt, opgeslagen en uitgewisseld.
- Daarnaast stimuleert de provincie een verdere groei van de duurzame energieproductie. Dit gebeurt onder meer via het transitiepad voor duurzame opwek.
- Binnen het transitiepad voor de gebouwde omgeving draagt de provincie bij aan de warmtetransitie. De provincie ondersteunt de ontwikkeling en toepassing van duurzame warmtebronnen, zodat deze een groter aandeel krijgen in de energievoorziening.
1.1 Met de integrale klimaatbeleidscyclus houden we scherp in de gaten of we voldoende bijdragen aan het behalen van de doelstellingen uit de Noord-Hollandse Klimaataanpak.
1.2 Het behalen van de klimaatdoelen wordt ondersteund in de relevante transitiepaden en sectoren, waaronder de glastuinbouw, het energiebesparingsakkoord en de verduurzaming van de eigen organisatie.
1.3 De provincie stimuleert en verbindt dwarsdoorsnijdende thema’s op het gebied van klimaat.
2.1 De provincie draagt bij aan een robuust energiesysteem dat de groeiende vraag naar elektriciteit kan faciliteren en oplossingen biedt voor netcongestie. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de samenhang tussen opwek, opslag, infrastructuur en energiegebruik.
2.2 Samen met netbeheerders en het Rijk werken we aan de uitvoering van het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) . Om actuele ontwikkelingen hierin mee te nemen, gaan we de pMIEK actualiseren.
2.3 De provincie maakt ruimtelijke reserveringen voor energie-infrastructuur mogelijk, bijvoorbeeld voor hoogspanningsstations en kabeltracés.
2.4 De provincie stimuleert oplossingen voor netcongestie, zoals energiehubs, opslag en vraagsturing. Deze oplossingen dragen bij aan een flexibeler en meer decentraal energiesysteem.
2.5 De provincie stimuleert innovatie en toepassing van nieuwe energiedragers, zoals waterstof en energieopslag, om het energiesysteem flexibel en toekomstbestendig te maken. Hiervoor ondersteunt de provincie pilotprojecten voor waterstofproductie, transport en toepassing van waterstof en nieuwe energiedragers in industrie en mobiliteit.
2.6 Projecten voor energieopslag en systeemintegratie krijgen ondersteuning van de provincie.
2.7 De provincie werkt samen met kennisinstellingen en bedrijven aan innovatieprogramma’s voor nieuwe energiesystemen.
3.1 De provincie ondersteunt en draagt bij aan de uitvoering van de Regionale Energiestrategieën (RES’en) en monitort jaarlijks de voortgang van de afgesproken opwekdoelen.
3.2 De ontwikkeling van grootschalige duurzame energieprojecten, waaronder wind- en zonne-energie, worden met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en participatie gefaciliteerd. Daarbij blijft 50 procent lokaal eigendom het doel.
3.3 De provincie ondersteunt lokale energie-initiatieven en participatie van inwoners en bedrijven in energieprojecten.
3.4 De provincie stimuleert de ontwikkeling van duurzame energie, waaronder wind- en zonne-energie, in samenhang met de beschikbare netcapaciteit en de ontwikkeling van het energiesysteem. Zo bereiken we dat Noord-Holland bijdraagt aan de nationale klimaatdoelen en netcongestie beperken we netcongestie zoveel mogelijk.
4.1 De provincie ondersteunt gemeenten en partners bij de ontwikkeling van duurzame warmteoplossingen voor de gebouwde omgeving, in lijn met landelijke wetgeving en regionale warmteprogramma’s.
4.2 Gemeenten krijgen via het Servicepunt Duurzame Energie ondersteuning bij het ontwikkelen en uitvoeren van warmteprogramma’s.
4.3 De provincie ondersteunt de realisatie van duurzame warmtebronnen, zoals geothermie, aquathermie en restwarmte.
4.4 Regionale samenwerking rondom warmtenetten en warmte-infrastructuur worden door de provincie gefaciliteerd.
